Opinie | Philip Veerman, gz-psycholoog in: FD 11 juli 2019

In het Financieel Dagblad van 26 juli 2018 schrijft directeur kennisontwikkeling van de Rabobank, Barbara Baarsma “laten we een jongerenparlement instellen, met leden van zestien tot en met bijvoorbeeld 25 jaar. Bij de verkiezingen mogen jongeren in die leeftijdscategorie ook een stem uitbrengen voor dit jongerenparlement. Het jongerenparlement is geen schaamlap, maar moet echt invloed hebben”. Een jaar later is nu ook Minister Ollongren en het kabinet gekomen met maatregelen voor het vernieuwen van de democratie en daarbij zit ook het opzetten van een jongerenparlement.

Wat een geluk dat de gebouwen van de Tweede en Eerste Kamer aan het Binnenhof gerenoveerd gaan worden, kan dat gehele complex nog net herzien worden om er het Jongrenparlement een plaats te geven. Als Koning Willem-Alexander zijn troonrede begint kan hij in de toekomst in plaats van “leden van de Staten-Generaal” nu beginnen met “leden van de Staten-General en het Jongerenparlement”. Eigenlijk zou Hoofdstuk 3 van de Grondwet waarin de taken, bevoegdheden, zittingsduur en werkwijze van Eerste en Tweede Kamer vastgelegd zijn dan dienen te worden herzien, met de toevoeging van taken en bevoegdheden van het Jongerenparlement. Wat is nu pas echt  jongeren bij het beleid en politiek betrekken en hen serieus nemen?

Koning Matthijsje de Eerste

In 1923 publiceerde de Pool-Joodse kinderarts en pedagoog Janusz Korczak (en pseudoniem voor Henryk Goldszmit) het kinderboek Koning Matthijsje de Eerste. Matthijsje is nog maar net zes, als zijn vader sterft en hij hem moet opvolgen. De jonge Koning ontbindt de regering en stelt een kinderparlement in. Hij wil namelijk een samenleving waar kinderen de zelfde rechten hebben als volwassenen. Maar het loopt allemaal mis en Matthijsje wordt verbannen naar een eiland.

Korczak wilde kinderen en jongeren rechten geven, maar wilde laten zien dat je dan geen volwassenen van hen moet maken. Korczak verzette zich tegen neerbuigendheid van volwassenen naar kinderen toe. Het ging hem vooral over respect voor kinderen.

Nogal een vreemde definitie van ‘jongeren’

In het plan van Barbara Baarsma kunnen leden van het jongerenparlement mensen van 16 tot en met 25 jaar zijn. Ook die gedachte lijkt het kabinet overgenomen te hebben. Maar van 18 jaar hebben Nederlanders al stemrecht. Dat betekent, dat als de plannen werkelijkheid worden, jong volwassenen zowel hun invloed hebben in de Tweede Kamer en via de Provinciale Staten ook in de Eerste Kamer en dan nog eens in het jongerenparlement, waar hun stem telt voor een (extra) adviescollege. Ik weet het, de definitie van jongeren wordt steeds meer uitgebreid en de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Arnett kwam in 2000 met een nieuwe ontwikkelingsfase emerging adulthood (ontluikende volwassenheid) geheten, want hij vond dat mensen in deze levensfase nog aan het leren zijn verantwoordelijkheden te nemen. Mevrouw Baarsma en het kabinet lijken te bevestigen dat tegenwoordig het nemen van verantwoordelijkheden door mensen vanaf 18 jaar je niet komt aangewaaid. Het antwoord daarop zou, mijns inziens, moeten zijn alle stemgerechtigden vanaf 18 jaar serieus nemen en hen niet infantiliseren door hun stem nog eens extra te horen in een Jongerenparlement. Stemmen voor een Jongerenparlement zou alleen beperkt moeten worden tot minderjarigen (<18 jaar). Een Jongerenparlement zou wel een Minister aan de tand moeten kunnen voelen (ik kan mij voorstellen dat jongeren de Minister willen bevragen waarom er lange wachtlijsten zijn in de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren).  En over verschillende nieuwe wetten en maatregelen zou de regering (naar het Jongerenparlement) standaard moeten komen met wat voor impact die wet of maatregel gaat hebben op jongeren. Als een Jongerenparlement wordt gecreëerd, dan moeten we door dit soort rechten te geven aan het Jongerenparlement. Want we moeten dat geen nep-parlement creëren.

Verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd?

In het recente Kabinetsstandpunt over het advies van de Staatscommissie Parlementair Stelsel wijst het Kabinet (anders dan de Staatscommissie) de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd naar 16 jaar niet direct af. Het Kabinet ziet dat die mogelijk kan leiden tot meer politieke betrokkenheid bij jonge burgers. Het Kabinet gaat dit verkennen. In Schotland en Brazilië is men wel die kant op gegaan. Als de kiesgerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 16, dan lijkt een Jongerenparlement voor 16 tot 18 jarigen overbodig.

In Financieel Dagblad (verkorte versie) 11 juli 2019