Alcohol en drugs zijn al jaren niet meer weg te denken uit de vrijetijdssamenleving van jongeren. Loop maar eens in de ochtend in een buurt waar jongeren zijn uitgegaan. Op de grond vind je Flügelflesjes en lege ampullen lachgas.

De gebruikers miskennen de risico’s. Bijna zeven op de tien jongeren tussen 12 en 25 jaar die weleens alcohol drinken vinden hun eigen alcoholconsumptie niet schadelijk voor hun gezondheid, noteerde het CBS in 2016.

Nederlandse jongeren gaan over het algemeen wel wat later drinken (mogelijk dankzij verschillende voorlichtingscampagnes) maar als ze een keer de smaak te pakken hebben, dan gaan ze vaak geheel los.

Als er nog een culturele acceptatie bijkomt (zoals dorpsfeesten in het Westland waarbij iedereen aanneemt dat jongeren Red Bull gemixt met wodka kunnen drinken) en de groepsdruk om alcohol te gebruiken toeneemt, wordt het gewoon bij een colaatje houden moeilijk.

Bij de kapper
Artikel 33 (bescherming van jongeren tegen drugsgebruik en inzetten van hen bij het fabriceren en de handel ervan) van het IVRK, het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind, kan opgevat worden als een verplichting van de overheid niet de kop in het zand te steken. Cannabis uit de criminele hoek halen betekent dat jongeren het gemakkelijk kunnen krijgen

Echter, nu zitten we met een Nationaal Preventieakkoord, waarbij drankjes drinken bij de kapper mogelijk blijft. Naleving van de leeftijdsgrens voor het drinken van alcohol door verstrekkers wordt stapsgewijs verbeterd tot 100 procent, maar ze nemen er ruim de tijd voor tot 2030. De urgentie wordt niet gevoeld.

Van sigaretten gaan de prijzen drastisch omhoog, maar niet van drank, wat wel zoden aan de dijk zou hebben gezet. Zoiets is ook niet te verwachten, omdat de machtige alcoholproducenten ook aan tafel genood waren door de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Wie niet aan tafel zaten, maar wel steeds machtiger worden in Nederland, zijn de coffeeshop-eigenaren. Hun invloed wordt groter. Zo begint het vertrouwd te worden dat coffeeshops voorlichting geven op scholen.

Deze vertegenwoordigers van de coffeeshop-branche zullen daar niet zeggen dat je beter niet kan gebruiken, maar adviseren op z’n hoogst dat je er verstandig mee om moet gaan.

Dat verstand is nu juist in gevaar: de hersenen groeien door tot ongeveer 24 jaar en het verdient aanbeveling onder die leeftijd niet te gebruiken. Al helemaal niet voor jongeren en jongvolwassenen in een risicogroep: er komt verslaving, depressie of psychoses in de familie voor, de jongere heeft adhd of is zwakbegaafd.

Cannabisscooters
Wat deze laatste categorie jongeren betreft gooide Erik Heijdelberg (van de William Schrikker jeugdreclasseringsinstelling) begin dit jaar de knuppel in het hoenderhok, met zijn stuk ‘Drugs, het echte probleem op de Oostelijke Eilanden’. (Het Parool, 29 januari 2018).

Zijn cliënten (jongeren met een IQ onder de 80) zijn erg beïnvloedbaar en kunnen daarom gemakkelijk gerekruteerd worden om op een scooter drugs rond te brengen.

Heijdelberg: ‘Ze wonen en leven op drie scooterminuten van een binnenstad die getekend wordt door drugstoerisme, een enorme markt voor drugs, nepdrugs, cocaïne zowel als pillen.’ Dit is niet een typisch Amsterdams fenomeen. In sommige Brabantse gemeenten wordt coke door jongens op scooters sneller bezorgd dan een pizza. Het lukt jongeren ook opmerkelijk vaak aan cannabis te komen bij coffeeshops.

Acceptatie van cannabis is aan het verschuiven: Canada legaliseerde cannabisgebruik recentelijk voor meerderjarigen, verschillende Amerikaanse Staten zijn ook dit pad op gegaan. In Nederland komt ‘het experiment’ er aan, waarschijnlijk de voorbode van legaliseren van cannabis.

De (fris)drankenproducenten overwegen in Canada te investeren in de cannabisindustrie zodat die niet alleen wordt overgelaten aan investeerders als Snoop Dogg die er onlangs een miljoen dollar in stak.

Het is goed dat cannabis uit de criminele hoek gehaald wordt, maar de consequentie dat jongeren gemakkelijk aan cannabis kunnen komen beginnen zich aan te dienen, iets waar het Nationaal Preventie­akkoord geen rem op zet.

Er zou een taskforce moeten komen van de verslavingszorginstellingen en jeugdspecialisten om te doordenken hoe de verslavingszorg is voor te bereiden op de tsunami van aanmeldingen die gaat komen.

Naast de machtige alcoholindustrie, die haar deuntje meeblaast bij gesprekken over preventie, zijn er nu ook opkomende belangengroepen als de coffeeshopondernemers. Met de gekozen burgemeester op komst zullen de eigenaren van coffeeshops lokaal hun invloed willen doen gelden.

De stem van jongeren werd er gemist. Niet aan tafel bij het Preventieakkoord zaten degenen die onder woorden kunnen brengen wat er bij jongeren leeft, zoals de Kinderombudsman en de Nationale Raad van Kinderen.

Evenmin zaten daar vertegenwoordigers van KOPP-KVO, de groepen voor kinderen van ouders met psychiatrische problematiek en verslaving. De stem van jongeren werd niet gehoord, de gevaren voor de industrie zijn beperkt.

De verslavingszorg gaat gouden tijden tegemoet.

Lees het artikel op de website van Parool >